Auteur: Drs. Robbert van Amstel, klinisch en functioneel anatomist, (manueel)fysiotherapeut en onderzoeker. Deze blog deelt inzichten over pijn in het bewegingsapparaat (07-10-2025).
Pijn in het bewegingsapparaat: meer dan weefselschade
Bij pijn denken we vaak aan spieren, gewrichten of pezen die “stuk” zijn. Toch is pijn meestal geen direct teken van schade.
Pijn is een beschermingsreactie van het lichaam — een samenspel tussen spieren, bindweefsel (fascia), immunecellen, zenuwen en hersenen. Het sensorimotor complex (Figuur 1) toont hoe spieren, fascia, bloedvaten en zenuwen samenwerken, en vertaalt sensorische informatie naar beweging en bescherming.
De International Association for the Study of Pain (IASP) omschrijft pijn als: “Een onaangename sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met, of beschreven in termen van, daadwerkelijke of potentiële weefselschade.”
Met andere woorden: pijn is echt — ook als er geen duidelijke schade te zien is.
Wat gebeurt er bij pijn?
In ons lichaam zitten kleine sensoren, nociceptoren, die waarschuwingssignalen doorgeven bij dreigende overbelasting of irritatie (Figuur 2). Ze reageren op druk, rek, temperatuur of chemische prikkels (zoals bij ontsteking). Wanneer zo’n prikkel sterk genoeg is, sturen ze een signaal via het ruggenmerg naar de hersenen: “let op, mogelijk gevaar.”
Soms wordt dit systeem te gevoelig — bijvoorbeeld bij stress, langdurige belasting of een oude blessure. Dan reageert het al bij milde prikkels. Dat noemen we sensitisatie.
Drie vormen van pijn
- Nociceptieve pijn – ontstaat bij een duidelijk weefselprobleem, zoals een verrekte spier, pees of geïrriteerde fascia.
- Neuropathische pijn – komt door beschadiging of prikkeling van een zenuw, bijvoorbeeld bij een hernia of zenuwbeknelling.
- Nociplastische pijn – hierbij is geen schade meer te vinden, maar het zenuwstelsel blijft pijnsignalen versterken of verkeerd interpreteren.
Vaak lopen deze drie mechanismen in elkaar over. Chronische pijn is daarom zelden puur lichamelijk of “tussen de oren” — het is een samenspel.
Fascia en pijn
De fascia is het bindweefselnetwerk dat alles in ons lichaam met elkaar verbindt — van spieren en gewrichten tot organen. Het bevat veel gevoelszenuwen die spanning, druk en beweging registreren.
Wanneer fascia stijf of verkleefd raakt, kunnen deze zenuwuiteinden overactief worden, waardoor het zenuwstelsel signalen ontvangt die door het brein als pijn kunnen worden ervaren, ook zonder dat er nieuwe schade is. Beweging, ademhaling en manuele therapie kunnen helpen om de fascia soepeler te maken en het zenuwstelsel te kalmeren.
De wetenschap achter nociceptoractivatie
Zenuwcellen (nociceptoren) kunnen worden geactiveerd op twee manieren:
- Biochemisch: door stoffen die vrijkomen bij irritatie of ontsteking, zoals histamine of prostaglandines.
- Mechanisch: door rek of druk op de zenuwuiteinden, bijvoorbeeld via de fascia.
Hypothetisch kan een stijvere fasciale matrix nociceptoren activeren, waardoor het zenuwstelsel signalen ontvangt die door het brein als pijn kunnen worden ervaren, ook zonder dat er echte schade is — een proces dat past bij nociplastische pijn.
Wat betekent dit voor therapie en herstel?
- Pijn betekent niet automatisch schade — het is vaak een tijdelijk alarmsignaal.
- Een stijve fascia of gespannen spier kan pijn veroorzaken, maar deze pijn is meestal omkeerbaar.
- Fysiotherapie, rek en beweging helpen om spanning te verminderen en het zenuwstelsel te hertrainen.
- Begrip van pijn verlaagt angst en bevordert herstel — kennis is dus ook therapie.
Conclusie
Pijn aan het bewegingsapparaat is geen simpel weefselprobleem, maar het resultaat van samenwerking tussen fascia, spieren, zenuwen en hersenen. Door te begrijpen hoe deze structuren elkaar beïnvloeden, kunnen we pijn beter behandelen: niet door het “uit te zetten”, maar door het lichaam en zenuwstelsel weer in balans te brengen.
Figuur 1 – Schematisch model dat de interacties toont tussen spieren, gewrichten en fascia met implicaties voor het sensorimotorische systeem. Het geeft een globaal beeld van hoe sensorische informatie vanuit huid, fascia, spieren en botten via zenuwen kan worden vertaald naar beweging en beschermende reacties. Veranderingen in fascia of spieren beïnvloeden de mechanosensoren en kunnen zo het motorische antwoord moduleren.
Bron: afbeelding komt uit van Amstel et al., 2025
Figuur 2 – René Descartes' model van pijn. De figuur illustreert hoe een pijnprikkel wordt verwerkt: A = transductie (bijvoorbeeld vuur op de huid), B = transmissie via de zenuwen naar het ruggenmerg, C = perceptie in de hersenen. Modulatie van pijn (de aanpassing van de pijnervaring door het zenuwstelsel) is niet afgebeeld in dit model.
Bron: gebaseerd op René Descartes, 17e eeuw.
